Onderzoek

De breedte van het werkveld

In 2019 zijn vier, in opdracht van de COGEM geschreven, onderzoeksrapporten verschenen. Daarnaast zijn in 2019 nog vier onderzoeksprojecten afgerond, de resulterende rapporten zullen in de loop van 2020 gepubliceerd worden.

De gepubliceerde onderzoeksrapporten laten de breedte van het werkveld van de COGEM zien. In het rapport Milieurisicoanalyse van klinische toepassingen van genetisch gemodificeerde T-cellen is in kaart gebracht of overdracht van gg-T-cellen van een behandelde patiënt naar een tweede persoon mogelijk is, en of daar mogelijke nadelige effecten aan verbonden kunnen zijn. Dit is van belang om te weten omdat immunotherapie met gg-T-cellen tegen kankers een zeer veelbelovend terrein is en het aantal klinische studies sterk toeneemt. Uit het onderzoek blijkt dat gg-T-cellen via donatie van lichaamsmateriaal en bij zwangerschappen overgedragen kunnen worden en dat onbedoelde en ongewenste effecten hierbij niet uit te sluiten zijn. Begin 2020 heeft de COGEM op verzoek van het ministerie van IenW een advies uitgebracht hoe met deze potentiële risico’s omgegaan kan worden.

Twee onderzoeksrapporten richten zich op experimenten in laboratoria e.d. Het eerste onderzoeksrapport Characteristics and pathogenicity determination of insect-specific RNA and DNA viruses betreft de identificatie en classificatie van virussen die alleen insecten kunnen infecteren. Op basis van dit rapport is een lijst opgesteld van insectspecifieke virussen die allen in pathogeniteitsklasse 2 zijn ingedeeld. Dergelijke generieke adviezen vereenvoudigen de vergunningverlening aanzienlijk doordat er geen verzoek tot classificatie ingediend hoeft te worden bij werkzaamheden met een nieuw virus of organisme dat onder de reikwijdte van het generieke advies valt. Het andere rapport Transmission of antibiotic resistance genes via mobile genetic elements was opgesteld naar aanleiding van een eerdere vraag van de vergunningverlenende instantie hoe omgegaan moet worden met micro-organismen die van nature antibioticumresistentiegenen bevatten, met name of de aanwezigheid van dergelijke resistenties reden is om laboratoriumwerkzaamheden hoger in te schalen. Naar aanleiding van de resultaten van het onderzoek heeft de COGEM geconcludeerd dat er geen redenen zijn om tot een hogere inschaling over te gaan en dat de pathogeniteit van een micro-organisme leidend blijft voor vaststelling van het benodigde veiligheidsniveau.

Het laatste en vierde rapport betrof een onderzoek naar de perceptie van burgers over genetische modificatie, waarbij de focus lag op hoe er tegen recente nieuwe technieken en de producten daarvan wordt aangekeken. Uit het onderzoek kwam naar voren dat de meeste mensen nauwelijks tot geen onderscheid maken tussen de verschillende technieken waarmee genetische modificaties tot stand worden gebracht. Het belang van de toepassing en de waarborging van veiligheid staan centraal in de overwegingen.

In 2020 zullen de rapporten verschijnen van vier in het afgelopen jaar afgeronde onderzoeken. Het betreffen onderzoeksprojecten naar de aanwezigheid van gg-koolzaad in Nederland, een verdere experimentele onderbouwing van de zogenaamde COGEM formule voor de bepaling van vrije lentivirale deeltjes die overblijven na de transductie van cellen of weefsels, een analyse van de uitspraak van het Europese Hof over gerichte mutagenese, en een inventarisatie naar de kennis over natuurlijke genoomvariatie bij planten.