Voorwoord van de voorzitter
2025 was een jubileumjaar voor de COGEM. Vijftig jaar geleden werd de eerste voorloper van de COGEM, de KNAW Ad-hoc Commissie DNA recombinatie, opgericht. De commissie heeft daarna nog een aantal naamswijzigingen ondergaan, tot zij in de jaren negentig van de vorige eeuw haar huidige naam zou krijgen. De Ad-hoc Commissie DNA recombinatie werd opgericht in de nasleep van de befaamde Asilomar-conferentie waarin wetenschappers, juristen en artsen discussieerden over de mogelijke risico’s van recombinant DNA-onderzoek. Twee jaar eerder was in een baanbrekend experiment de eerste genetisch gemodificeerde bacterie gemaakt. De Asilomar-bijeenkomst leidde ertoe dat wetenschappers zelf richtlijnen opstelden om veilig te kunnen werken met deze destijds nieuwe technologie.
Tijdens het symposium, dat de COGEM eind vorig jaar organiseerde rond haar jubileum, werd niet alleen stil gestaan bij ons vijftigjarig bestaan, maar ook teruggekeken op wat vijftig jaar genetische modificatie en biotechnologie ons gebracht heeft en vooral vooruitgekeken naar nieuwe wetenschappelijke en technologische ontwikkelingen en ook toepassingen die op ons afkomen.
Tijdens het symposium wezen vele deelnemers er op, dat de technologische omwikkelingen en mogelijkheden snel gaan en dat regelgeving, beleid en politiek hierop achterlopen. Al in 2006 constateerde de COGEM dat de ggo-regelgeving niet langer aansloot bij de stand van de wetenschap. Een boodschap die we in de jaren daarna regelmatig hebben herhaald, zoals in meerdere Trendanalyses biotechnologie.
In Nederland heeft de regering dit opgepakt met de Kabinetsvisie biotechnologie. In de Europese Unie heeft de Europese Commissie (EC) een aantal vergaande wetsvoorstellen gedaan op het gebied van biotechnologie, na in 2021 geconcludeerd te hebben dat de ggo-regelgeving niet langer ‘fit-for-purpose’ was. Het zogenaamde NGT-voorstel, om planten geproduceerd via gerichte gene-editing en cisgenese vrij te stellen van de ggo-regelgeving, lijkt doorgang te vinden, nu de triloog-onderhandelingen tussen de Raad, het Europees Parlement en de EC eind 2025 zijn begonnen.
Naast het NGT-voorstel heeft de EC twee andere wetsvoorstellen gedaan die een grote impact kunnen hebben op ons werkterrein. In het omvangrijke voorstel uit 2023, om de geneesmiddelenwetgeving te herzien, staat dat de risicobeoordeling van klinische studies met ggo’s niet langer op lidstaatniveau maar op EU-niveau door de European Medicines Agency (EMA) moet gebeuren. Of en hoe de noodzakelijke, maar thans nog ontbrekende, expertise van de EMA op het gebied van de risicobeoordeling voor mens en milieu versterkt zal worden, is daarbij nog de vraag.
Het tweede voorstel betreft de Biotech Act I die vlak voor de kerstvakantie gepubliceerd werd. Met dit voorstel streeft de EC ernaar om de regelgeving voor biotechnologische producten voor de gezondheid te versnellen en te vereenvoudigen. Dit onder meer om de concurrentiepositie van de Europese Unie te verbeteren.
Over de Biotech Act I valt veel te zeggen en het is afwachten of het voorstel de innovatie in de EU en de concurrentiepositie daadwerkelijk zal versterken. Maar opvallend is, dat de EC de oplossing voor de knellende regeldruk onder meer zoekt in het afschaffen van de milieurisicobeoordeling bij sommige klinische studies met ggo’s. De COGEM heeft eerder gepleit voor aanpassing en stroomlijning van regelgeving en vergunningprocedures. Dit is echter iets anders dan het afschaffen van regelgeving die de veiligheid moet waarborgen, zonder daar andere procedures voor in de plaats te stellen. In haar door het ministerie aangevraagde spoedadvies van 5 januari 2026, wijst de COGEM erop, dat met dit discutabele voorstel de veiligheid voor mens en milieu niet langer gewaarborgd is.
Ik wil de vele leden die in hun kerstvakantie tijd vrij maakten om dit advies mogelijk te maken, hiervoor hartelijk danken. In 2025 heeft ook de vierjaarlijkse evaluatie van de COGEM plaatsgevonden. De bevindingen van de externe evaluatiecommissie zullen begin 2026 aan de staatssecretaris van IenW worden aangeboden. Zonder nu op de resultaten te kunnen ingaan, kan ik wel melden dat de deskundigheid en kwaliteit van de commissie boven twijfel verheven wordt geacht. Ik voeg daaraan graag toe, dat zonder de grote betrokkenheid van de leden, de COGEM niet zou kunnen functioneren.
Sybe Schaap
Voorzitter COGEM