Voorwoord

 

Voor u ligt het COGEM jaarverslag 2019. Terugkijken op het afgelopen jaar heeft iets bevreemdends nu Nederland en de wereld in de greep zijn van het coronavirus. De noodzakelijke, maar ook ontwrichtende maatregelen om de verspreiding van het virus in te perken, raken de samenleving diep. Net als de rest van Nederland werkt de COGEM op afstand en thuis. Biotechnologie en genetische modificatie spelen in deze crisis een belangrijke en essentiële rol bij het ontwikkelen van effectieve vaccins tegen het coronavirus. In de afgelopen jaren zijn nieuwe technologieën ontwikkeld, grotendeels gebaseerd op het gebruik van genetisch gemodificeerde virussen die het mogelijk maken om sneller vaccins te ontwerpen en te produceren.

De opmars van genetische modificatie in de medische wetenschappen en de gezondheidszorg is ook terug te zien in de activiteiten en publicaties van de COGEM in 2019. Het aantal adviesvragen over vergunningen voor gentherapiestudies en Europese toelatingen van medicijnen en therapieën met genetisch gemodificeerde organismen (ggo’s) groeide sterk. Het zwaartepunt van de activiteiten van de COGEM is de afgelopen jaren verschoven naar medisch en veterinair onderzoek en de daaruit voortvloeiende toepassingen. Landbouwkundige toepassingen nemen steeds meer een ondergeschikte positie in.

Met deze verschuiving verandert ook het maatschappelijke debat. Terwijl genetische modificatie van landbouwgewassen op maatschappelijke en politieke weerstand kan rekenen, worden medische toepassingen omhelst. De regelgeving en toelatingseisen voor gg-gewassen blijven onverminderd streng. Tegelijk wordt vanuit bedrijfsleven en ook politiek druk uitgeoefend om de ggo-regelgeving, die toeziet op veiligheid voor mens en milieu, voor medische toepassingen te versoepelen en te vereenvoudigen.

De COGEM heeft zich in het verleden, ook weer in 2019, herhaald uitgesproken en geadviseerd over vereenvoudiging van de ggo-regelgeving, zowel voor laboratoriumonderzoek, medisch onderzoek als landbouwkundig onderzoek. Onnodige regelgeving, die soms eerder gestoeld lijkt te zijn op een juridische schijnwerkelijkheid dan op werkelijke waarborging van de veiligheid, ondergraaft het draagvlak in het werkveld voor veiligheidsregels e.d. Draagvlak in het werkveld is van essentieel belang. Zorgvuldigheid en betrokkenheid van onderzoekers voorkomt immers ongelukken; een veelvoud aan bureaucratische regels en opgelegde maatregelen kan dit in de weg staan. Hierbij mag echter niet uit het oog worden verloren dat innovatie gepaard moet gaan met een scherp oog voor mogelijke risico’s voor mens en milieu. Ervaringen uit het verleden, met bijvoorbeeld onderzoek naar vaccins, laten zien dat een beoordeling van risico’s voordat men overgaat tot studies en experimenten, noodzakelijk is. Voor die risicobeoordelingen zijn onafhankelijke instanties nodig, zeker als het om medische toepassingen gaat.

Om de ontwikkeling van medische toepassingen niet onnodig te hinderen en een versnelling van de vergunningsprocedures te faciliteren, heeft de COGEM in 2019 twee bij gentherapie veelgebruikte systemen, - genetisch gemodificeerde afweercellen en vectoren gebaseerd op het Adeno-associated virus (AAV) -, onder de loep genomen. De resulterende generieke milieurisicobeoordelingen moeten het mogelijk maken, dat voor gentherapiestudies met deze systemen niet langer een uitgebreid dossier ingediend hoeft te worden, maar volstaan kan worden met een verwijzing naar de betreffende milieurisicobeoordelingen.

Het blijft opvallend dat in een tijd, waarin de samenleving ontwricht raakt door een virus, er soms makkelijker gedacht wordt over toepassingen met genetisch gemodificeerde virussen in mensen dan die met planten op een akker. De wereldwijde worsteling, hoe om te gaan met gene editing in planten, kwam ook aan de orde tijdens een symposium dat de COGEM organiseerde in de vergaderzaal van de Eerste Kamer in Den Haag. Verderop in dit jaarverslag kunt u hierover meer lezen.

Met het oog op de nieuwe technieken die zich in wetenschappelijk opzicht in een grijs gebied tussen genetische modificatie en gewone biotechnologie bevinden, wordt vanuit de plantenbiotechnologie al geruime tijd aangedrongen op verandering van de grondslag van de ggo-regelgeving. Vaak worden hierbij Canada of de Verenigde Staten als lichtende voorbeelden genoemd. De COGEM heeft daarom onderzocht wat de consequenties voor Nederland zouden zijn, als Europa zou overstappen op het Canadese model. Het blijkt dat beide systemen hun voor- en nadelen hebben, maar dat ze geen oplossing bieden voor de stroperige of zelfs stilgevallen besluitvorming in de EU. Dit heeft meer te maken met verdeeldheid tussen de EU-lidstaten. Politiek en beleid in de EU zijn al geruime tijd aan zet om de impasse te doorbreken. Maar de wil en behoefte om dit te doen lijkt niet groot. De diepe verdeeldheid tussen de lidstaten hangt samen met de maatschappelijke weerstand in sommige landen.

Het afgelopen jaar was wederom zeer druk en ik wil alle leden van de COGEM bedanken voor hun grote inzet die het mogelijk maakte de adviezen binnen de zeer krappe wettelijke deadlines af te ronden.

Ik wens iedereen in deze moeilijke tijden sterkte en gezondheid toe.

 

Prof. dr. ing. Sybe Schaap
Voorzitter COGEM