Trendanalyse biotechnologie 2023

 

In 2023 is de vijfde Trendanalyse biotechnologie verschenen, na eerdere edities uit 2004, 2007, 2009 en 2016. Deze vijfde Trendanalyse is opgesteld op verzoek van de staatssecretaris van IenW mede namens de ministeries van LNV, VWS, EZK en OCW. Gevraagd is aan de COGEM en de Gezondheidsraad om gezamenlijk een nieuwe Trendanalyse biotechnologie op te stellen “teneinde de politiek op hoofdlijnen te informeren over nieuwe biotechnologische ontwikkelingen en toepassingen, de daarin te onderkennen trends en de te realiseren kansen en mogelijkheden en daaraan verbonden morele aspecten.”

Drie mensen met rapport trendanalyse biotechnologie 2023 gezamenlijk in de handen

Voor de totstandkoming van de Trendanalyse biotechnologie is door de COGEM en de Gezondheidsraad een gezamenlijke projectcommissie ingesteld, bestaande uit de leden:
em. prof. dr. Marianne de Visser (voorzitter), prof. dr. Martina Cornel (Amsterdam UMC), prof. dr. Susana Chuva de Sousa Lopes (LUMC), prof. dr. Ellen Moors (Universiteit Utrecht), prof. dr. Jack Pronk (TU Delft), en em. prof. dr. ir. Paul Struik (WUR).

In de Trendanalyse biotechnologie 2023. Tijd voor een integrale visie concluderen COGEM en Gezondheidsraad onder meer dat de onstuimige groei van de biotechnologie economische en maatschappelijke kansen biedt, maar dat kabinetsbrede regie noodzakelijk is om die kansen te verwezenlijken. Nederland is onvoldoende voorbereid op de snelle ontwikkelingen in de biotechnologie en laat kansen liggen om het economische en maatschappelijke potentieel ten volle te benutten.

Biotechnologie is een zeer breed gebied en onmogelijk om in zijn volle breedte te behandelen. Daarom is ervoor gekozen is om in de Trendanalyse drie gebieden uit te lichten: voedselproductie, circulaire economie en gezondheid. Uit de Trendanalyse blijkt dat biotechnologie een belangrijke bijdrage kan leveren aan het bereiken van de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties en van Europese en nationale doelstellingen op het terrein van een circulaire economie, gezondheid en verduurzaming van de voedselproductie. Zo kunnen met behulp van micro-organismen producten gemaakt worden die nu uit de petrochemische industrie komen (brandstoffen, plastics), en kan gene-editing de veredeling versnellen van gewassen, zodat deze beter tegen hitte, droogte of zout kunnen en resistent zijn tegen ziekten. Daarnaast levert biotechnologie belangrijke bijdragen aan de volksgezondheid, bijvoorbeeld bij de bestrijding van infectieziekten (coronavaccins), de behandeling van kanker en het voorkomen of behandelen van erfelijke aandoeningen.

De technologische ontwikkelingen roepen echter ook juridische, maatschappelijke, ethische en economische vragen op. Zo moet de regelgeving ruimte bieden voor innovatie, terwijl ook de risico’s voor mens en milieu beperkt moeten worden. De opvattingen over wat wel en wat niet wenselijk is, lopen uiteen, bijvoorbeeld als het gaat om aanpassing van menselijke embryo’s en dieren en genetische modificatie van gewassen. Dat vraagt op korte termijn om weloverwogen keuzes.

Op dit moment zijn de overheidsinspanningen versnipperd en de doelstellingen onduidelijk. Verantwoorde benutting van de kansen die de biotechnologie biedt, vraagt dringend om een langetermijnvisie en regie. COGEM en Gezondheidsraad roepen daarom in de Trendanalyse op tot een kabinetsbrede aanpak met betrokkenheid van wetenschappelijke instellingen, maatschappelijke partijen en bedrijfsleven.

In de kabinetsreactie op de Trendanalyse wordt herkend dat biotechnologie grote kansen biedt, maar ook dilemma’s met zich meebrengt. Inhakend op de aanbevelingen van de Trendanalyse wordt een traject aangekondigd om tot een gezamenlijke visie te komen met de vijf betrokken departementen (EZK, IenW; LNV, OCW en VWS). Gezien de demissionaire status van het kabinet wordt erop gewezen dat de exacte visievorming plaats zal moeten vinden onder leiding van het nieuw te vormen kabinet.